INCT: Succesvol in een markt die niet snel innoveert

inct, David Huijzer

Twee jaar geleden sprak ik Anouk Binkhuysen van Faqta op een incubator plek voor start-ups, nu heeft ze een kantoor op een scale-up campus in Utrecht en werken er 9 man bij Faqta. Het zegt iets over de ontwikkeling van deze nieuwkomer in educatief uitgeven.

Om in haar eigen woorden te blijven: “Twee jaar geleden hadden we een uitgewerkt idee, nu hebben we een product-market fit. We hebben een positie gevonden en een product waarvoor scholen willen betalen. Faqta heeft op dit moment 14 scholen die met onze methode werken, inmiddels zijn er meer dan 3000 kinderen die dagelijks les krijgen met Faqta.” Het doel van Binkhuysen is duidelijk: “Dat moeten volgend schooljaar tussen de 70 en 100 scholen zijn, en het jaar daarna zouden die aantallen weer verdubbeld moeten zijn.”

Op dit moment zijn Binkhuysen en haar collega’s vooral bezig om die ambitie in de praktijk te brengen. “Het ziet er veel belovend uit. Twee jaar geleden was ik best wel sceptisch of we het zouden gaan halen, we zitten tenslotte in een markt met heel wat reuzen. Bovendien is het een markt die niet snel innoveert.”
 

Ander type organisatie, andere manier van benaderen

Wat maakt Faqta anders dan de reguliere methodes ? Binkhuysen is er duidelijk over: “Faqta is niet de zoveelste nieuwe methode in het basisonderwijs, ons doel is impact maken met leermiddelen die toekomstbestendig zijn. Om dit te kunnen realiseren hebben we bijvoorbeeld een ander primair proces, we zien onszelf meer als een it-bedrijf, als een bedrijf dat gedreven wordt door technologie. Niet alleen in de processen, maar ook in planningen en in productontwikkeling en de type mensen die we aantrekken.”

Faqta heeft een methode ontwikkeld gebaseerd op ontdekkend en onderzoekend leren waarin een persoonlijke leeromgeving voor kinderen met video een grote rol speelt, ondersteund door zogenaamde ‘doe-boekjes’ waar kinderen uitgedaagd worden om te werken aan de 'vaardigheden voor de 21e eeuw'. Onderscheidend daarbij is de nieuwe wijze waarop deze methode leerlingen in het basisonderwijs wil laten leren: zelfstandig, explorerend, onderzoekend en coöperatief.

“We onderzoeken nu vooral wat er nodig is om deze methode in het onderwijs te laten landen. De leerkracht moet soms ook anders les gaan geven en daar kan  technologie bij helpen. De klant ziet in de eerste plaats nog een methode met content, maar onder de motorkap zitten allerlei slimmigheden die een leerkracht helpt om meer gepersonaliseerd les te kunnen geven.
Wij denken alleen maar vanuit didactiek, onderwijsorganisatie en technologie. Die combinatie kan leiden tot beter en effectiever onderwijs in onze optiek. De oplossingen worden niet bedacht achter het bureau, want we ontwikkelen Faqta samen met onze klanten. De basis hebben we met een tiental scholen neergezet, de richting voor doorontwikkeling zal afhangen van het gebruik en de feedback uit de praktijk.”

Focus op wereldoriëntatie

Faqta concentreet zich op de vakken die bij wereldoriëntatie horen: aardrijkskunde, geschiedenis en natuur & techniek. “Maar daar hebben we wel zelf wat domeinen aan toegevoegd zoals burgerschap, wetenschap, talentontwikkeling en kunst & cultuur”.
Faqta hanteert op dit moment nog een vorm van blended leren (digitaal en print afgewisseld). Dat is een bewuste keuze. “Bij ons staat ontdekkend leren centraal en dat kan niet alleen achter een scherm. De docent is bij ons meer een coach: die moet iets met de content doen, niet alleen reproduceren. Wij vinden het belangrijk dat kinderen actief bezig zijn met de kennis. Wij geloven in betekenisvol onderwijs: leren en toepassen. Dat leidt tot een hoger leerrendement, maar ook tot leuker onderwijs.”

Volgens Binkhuysen speelt Faqta ook in op de behoeften van de scholen, zoals het stimuleren dat kinderen zelfstandig kunnen werken en een betere inzet van de docenten. “Onze methode organiseert het leerproces rondom de vakken wereldoriëntatie; dat wordt door onze methode dus efficiënter en leuker. De 14 scholen die nu meedoen ervaren dat: we krijgen van hun veel feedback”.

Op de vraag of de grote reuzen in de educatieve uitgeefwereld een gevaar vormen voor Faqta is Binkhuysen duidelijk: “Wij denken anders. Bij ons staat het oplossingsgericht denken centraal en niet het product-denken. Je kunt ervoor kiezen om een methode te maken zodat een leerkracht een goede les kan geven of je kiest er voor dat iedere leerling zichzelf optimaal weet te ontwikkelen tijdens de les. Bij ons is de methode dus onderdeel van iets groters, namelijk een oplossing voor leren en het hebben van impact op de leerling. Om deze reden traint Faqta bijvoorbeeld zelf de docenten op de scholen. Op die manier kunnen we ons ‘DNA’ in de methode brengen: dat is 50% van ons product.
Kortom, door anders naar de markt te kijken, ontstaat een hele andere propositie. Natuurlijk zijn de grote uitgeverijen onze concurrent, maar onze oplossing vergt ook een andere organisatie en andere competenties en dat is voor deze bedrijven niet zo makkelijk te realiseren.”

De rol van boekjes

Natuurlijk is het interessant om te bespreken welk verdienmodel Faqta heeft. De prijsstelling is vrij simpel: een licentiebedrag per leerling en een apart bedrag voor de boekjes. “We experimenteren nu een beetje met boekjes op voorraad houden vs on demand laten produceren. Op dit moment is het uit voorraad kunnen leveren voor ons sneller”, zegt Binkhuysen. “De boekjes zijn niet alleen functioneel als portfoliomateriaal maar laten kinderen ook zelfstandig werken aan opdrachten waar eigen onderzoek en ontdekking centraal staat. De boekjes zijn functioneel als het gaat om het werken aan een portfolio en het is daarnaast ook leuk om fysiek iets te hebben, het zijn een soort bewaarboekjes. Bovendien nemen de kinderen de boekjes mee naar huis en vertellen ze thuis over Faqta. Dat helpt scholen om naar ouders toe onze digitale leermethode te verantwoorden.”

Volledig digitaal is voorlopig nog geen ideale optie voor Faqta. Er kleven nog wat nadelen aan volledig digitale methodes vindt Binkhuysen. “Je verplicht als school dan ook dat ieder kind een eigen device heeft, maar het grootste bezwaar is dat wij juist die coöperatieve werkvormen zo belangrijk vinden. Alleen maar achter een scherm zitten is toch minder dynamisch.”
“Samenwerken, onderzoeken, ontdekken zijn volgens ons 21e-eeuwse vaardigheden die je heel goed kunt organiseren en die zitten allemaal in Faqta ingebakken. Kennis van de wereld als kapstok voor de ontwikkeling van vaardigheden. Het is onze missie”.