FD: Geef kinderen meer regie over wat ze leren

FD, Nick Kivits

De Utrechtse start-up Faqta wil het onderwijs vernieuwen door het leren uitdagend en actief te maken voor kinderen die opgroeien in een digitale tijd. Maar het onderwijs is een log apparaat en andere uitgevers van lesmethoden zitten niet stil.

Wie kinderen vraagt wat ze van school vinden, krijgt vaak als antwoord: 'saai'. En dat komt doordat de manier waarop we onderwijs aanbieden sterk is verouderd, vinden ze bij de Utrechtse educatieve start-up Faqta. ‘Ons onderwijs zou veel meer moeten uitgaan van de interesses en motivaties van kinderen’, aldus mede-oprichter en ceo Anouk Binkhuysen. Faqta's idee: minder zenden en kinderen meer zelf onderzoek laten doen. ‘Kinderen hebben een natuurlijke nieuwsgierigheid en zijn altijd intrinsiek gemotiveerd om te leren. Dat werkt het best wanneer ze meer regie krijgen over wat ze leren.’

ilIGBnCAhPX8eOoovHCZWnaGmz0.jpg

V.l.n.r: Anouk Binkhuysen, Marco ter Voorde, Wouter Delken en Jan van Wonderen van Faqta Foto: Mark Horn voor het FD

Binkhuysen kwam tot dit besef toen ze in 2014 als freelancer werkte bij Zwijsen, een van de grootste Nederlandse aanbieders van lesmateriaal. Samen met onderwijskundige Jan van Wonderen pitchten ze voor Het Concertgebouw in Amsterdam een digitale lesmethode die het vak muziek opnieuw op de kaart moest zetten. ‘Toen we onze methode bij kinderen testten, zagen we dat ze juist heel graag willen leren, maar alleen als ze zich kunnen verwonderen en uitgedaagd worden.’ De Concertgebouw-pitch werd gewonnen door een andere jonge uitgever van digitale lesmethoden, Blink Educatie uit Den Bosch. ‘Maar toen we eenmaal hadden gezien hoe enthousiast kinderen werden van ons idee, wilden we doorpakken.’

Leerlingen die met Faqta werken, kiezen in een digitale omgeving zelf met welk onderwerp ze aan de slag gaan. De lesmethode richt zich op de wereldoriënterende vakken aardrijkskunde, natuur & techniek en geschiedenis. Daarnaast zijn er 'talentvakken', waarbij kinderen alles leren over zaken die ze zelf interessant vinden, zoals ruimtereizen, fossielen of muziekstijlen. ‘Onze auteurs, dus de docenten die de lessen maken, selecteren en verwerken online informatie in de lesstof en werken nauw samen met partners als Schooltv. We gebruiken veel van hun videomateriaal. Deze zelf maken kost teveel tijd en geld.’

Naar aanleiding van de video’s in de leeromgeving krijgen de kinderen kennisvragen. Deze kennis gebruiken ze voor de doe-activiteiten, die gericht zijn op het ontwikkelen van vaardigheden. Tot slot moeten ze zélf een onderzoeksvraag opstellen waarvoor ze oplossingen moeten zoeken. Met dat onderzoekende wil Faqta zich onderscheiden van andere aanbieders in de markt, die geregeerd wordt door grote partijen als Malmberg, Noordhoff, ThiemeMeulenhoff en Zwijsen. ‘Goed onderwijs doet meer dan alleen kennis bieden’, aldus Binkhuysen, die samen met chief learning officer Van Wonderen, cco Marco ter Voorde en cto/cfo Wouter Delken het dagelijks bestuur van Faqta vormt. ‘We willen kinderen uitdagen om zelf op onderzoek uit te gaan. In feite leren we ze hoe ze zelf kunnen leren.’

Faqta heeft nu vier vaste werknemers, drie freelancers en zo'n twintig freelance auteurs. Toch is jezelf invechten in een volle markt makkelijker gezegd dan gedaan. De start-up merkte dit in 2017 tijdens haar zoektocht naar groeigeld. ‘Investeerders willen zien dat je met je product een plek naast de grote jongens kunt veroveren. En je moet kunnen aantonen dat leraren met je product aan de slag willen.’

Door pilots te houden op scholen kon Faqta laten zien dat hun methode werkt. Die pilots variëren in schaalgrootte van een enkele klas tot een hele school. Het hielp de start-up ‘tussen de twee en vijf’ ton - exacte cijfers wil Binkhuysen niet geven - aan investeringen op te halen bij informals: investeerders die eigen vermogen inleggen.

De pilots hielpen Faqta ook het product bij de juiste personen onder de aandacht te brengen. Binkhuysen: ‘Verandering in het onderwijs moet bottom-up gebeuren. Een schooldirectie kan wel een nieuwe lesmethode willen, maar als leraren dat niet zien zitten, gebeurt het niet. Tijdens de pilots hebben we geleerd dat leraren graag de controle hebben, helemaal bij een lesmethode waarin kinderen zelf veel vrijheid krijgen en zelf onderzoeken. We hebben daarom een dashboard ingebouwd waarmee leraren precies zien welke lessen door welke leerling gemaakt zijn. Daarmee kunnen ze de voortgang en de resultaten van de kinderen monitoren.’

Nu werken er zo'n twintig scholen met de lesmethode van Faqta. ‘En we verwachten voor het komende schooljaar daar een veelvoud van’, aldus Binkhuysen. Scholen betalen per leerling een jaarlicentie. Voor groep 3 en 4 is dat €9,50 per leerling, voor leerlingen in de bovenbouw wordt €27,50 gerekend, omdat zij het product meer gebruiken. Voor kleuterklassen is Faqta gratis. ‘Ons product is al een tijdje klaar, maar nooit echt af’, stelt Binkhuysen. Ze vergelijkt Faqta op dat vlak met Netflix. ‘Netflix is gaandeweg steeds meer content gaan aanbieden aan zijn gebruikers, voor ongeveer hetzelfde bedrag per maand. Dat is ook ons plan.’

Met die toekomst is Faqta nog niet heel erg bezig. Het product wordt later mogelijk nog uitgebreid naar het middelbare onderwijs, maar alle aandacht gaat nu naar de basisschool. De groeit zit erin, al gaat die Binkhuysen niet snel genoeg. ‘De onderwijswereld is traag en het is moeilijk om die dinosaurus in een bepaalde richting te duwen. Dat kost tijd.’ Als het aan Binkhuysen ligt, gaat het echter geen jaren duren voordat Faqta een flink stuk van de markt heeft veroverd. ‘Ik wil niet dat er nog een generatie kinderen opgroeit in het huidige, verouderde onderwijsstelsel. Het klassieke model met een leraar die voor een bord staat en kennis overdraagt is echt niet meer van deze tijd.’

Het oordeel | 'Hoeveel scholen gaan de methode nu gebruiken?'

Wat vindt de neutrale investeerder van deze start-up? Deze week: Derek de Broekert.

'Digitalisering is één van de belangrijkste trends in het onderwijs en daar speelt Faqta goed op in. Het centraal stellen van de leerling en het ontzorgen van de leerkracht zijn daarbij kritische succesfactoren. Tegelijkertijd verandert het onderwijs maar langzaam en wordt de markt gedomineerd door een beperkt aantal uitgevers en distributeurs. Die partijen zitten ook niet stil en spelen in op dezelfde trends.

Voor de groei is het van belang om de impact van de methode goed te kunnen meten, en met de resultaten van de eerste scholen aan te tonen dat deze methode ook echt tot betere resultaten leidt. Zowel voor de scholen als voor de overheid blijft dat het belangrijkst. Gezien de planning van het curriculum zou nu wel bekend moeten zijn hoeveel scholen in het komende schooljaar 2018-2019 met Faqta aan de gang gaan. Hoe zit dat? De volgende ronde is helaas pas weer in het voorjaar van 2019.

Wat betreft verdere groei geeft het management aan dat het voortgezet onderwijs de volgende stap is. Wellicht kan met dezelfde aanpak ook in de breedte binnen het primair onderwijs het aanbod worden verruimd, of is Faqta zelfs in staat om kinderen thuis door te laten leren. Dat laatste zou echt uniek zijn.'

Derek de Broekert is medeoprichter van FundIQ, een fonds dat leningen verstrekt aan groeiondernemingen.