Meisjes en jongens zijn verschillend. Daar zijn we het allemaal over eens. Zelf heb ik twee schatten van meisjes. Na de geboorte van Yanlan en Sterre heb ik mijn voetbalschoenen weggedaan. Voetbal zat er niet meer in. In plaats daarvan sta ik nu regelmatig langs het hockeyveld. Dat lijkt wel een beetje op voetbal, maar is veel rustiger. Braver zou je kunnen zeggen.  Overigens wel veel sneller en ook erg technisch in de omgang met de stick. Die stick wordt gebruikt om de bal mee te spelen. Niet de tegenstander.  De meiden hebben het gezellig. Werken goed samen in het team. Spelen in het systeem en houden zich aan de tactiek van de coach. Allemaal mooie eigenschappen van meisjes. 

Ik ben blij met de meisjes. Jongens zijn zo anders.  Jongens zijn veel drukker en impulsiever. In dat opzicht heb ik medelijden met ouders (en coaches van voetbalteams) van jongens. Zo veel moeilijker te sturen. Overigens is sturing bij voetbal nadrukkelijk aanwezig. De coach is de baas en als je je niet aan je taak houdt word je gewisseld of sta je er naast. In de sport gaat het wat dat betreft anders dan in het onderwijs. Hoewel we allemaal weten dat jongens en meisjes verschillen, treden we doorgaans in ons onderwijs de kinderen tegemoet als een uniforme groep. We zijn allemaal gelijk. Tijdens mijn studie aan de universiteit van Amsterdam in de jaren ‘70/’80 werd die visie op onderwijs en samenleving er door de ultralinkse doctrine er bij ons ingeramd.  De meeste vrouwelijke studenten tooiden zich in een roze overall en keerden zich tegen alles wat man was, als de verpersoonlijkingen oorzaak van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.  Ook de mannen die de aandacht voor emancipatie een warm hart toedroegen. Alles leek wat zwart/wit (rose/wit in dit geval) te zijn; iedereen is gelijk, iedereen moet gelijk behandeld worden, we moeten allemaal hetzelfde onderwijs krijgen, we moeten allemaal hetzelfde verdienen ongeacht prestatie of inzet. Dat werkte natuurlijk niet. Jongens en meisjes zijn gelijk, maar toch verschillend.

IN HET BASISONDERWIJS METEN WE GEEN VERSCHILLEN IN CITO-SCORES TUSSEN JONGENS EN MEISJES

Uit diezelfde idealen van gelijkheid is de brede basisvorming en het studiehuis voortgekomen. Meer op competenties gericht onderwijs. Recent publiceerde de universiteit van Maastricht in samenwerking met de Vrije universiteit en de universiteit van Twente in opdracht van het ministerie van OCW een rapport  dat concludeerde dat competentiegericht onderwijs minder geschikt is voor jongens dan voor meisjes. Aleid Truijens refereerde er aan in haar column in de Volkskrant  van 28 november jl.. Het onderzoek richt zich voornamelijk op pubers, dus op het voortgezet onderwijs.

In het basisonderwijs, waar ook veel aandacht is voor vaardigheden als zelfstandig werken, samenwerken in groepjes, reflectie op wat je hebt geleerd, meten we geen verschillen in Cito-scores tussen jongens en meisjes. Dat schijnt alles te maken te hebben met hormonen en het verschil in rijping tussen jongens en meisjes. Meisjes ontwikkelen zich sneller en lopen in de pubertijd al snel twee jaar voor op jongens. Pas rond het 21e jaar zijn ze weer naar elkaar toegegroeid. De consequentie van deze verschillen in ontwikkeling betekent iets voor onderwijs en leren. Het betekent iets voor de manier waarop je omgaat met kinderen.

KINDEREN ZIJN NIET GELIJK EN KUNNEN DUS OOK NIET OP DEZELFDE MANIER WORDEN AANGEPAKT

Kinderen zijn niet gelijk en kunnen dus ook niet op dezelfde manier worden aangepakt.  In het onderwijs is differentiatie een normaal ding. Zeker in het basisonderwijs. Maar het richt zich vooral op de cognitieve kant van de ontwikkeling. Meer of minder pienter. Sneller of langzamer. Daar wordt op ingespeeld. Het is belangrijk ook het verschil in emotionele ontwikkeling mee te nemen in de aanpak van kinderen. Het is belangrijk ook het verschil tussen jongens en meisjes te zien in de leercurve. Jongens en meisjes verschillen heel wezenlijk. Niet in het cognitief presteren, maar wel in het leerproces. Wat interesseert jongens, wat vinden meisjes boeiend? Hoe pakken ze het aan?  Meisjes zijn beter in plannen, taal, samenwerken en communiceren. Jongens zijn ondernemender, speelser en vliegen alle kanten op. Jongens groeien ongelijkmatiger op. Meer dynamiek. Ze leren experimenteel. Eerst doen en dan pas nadenken. Risico’s opzoeken. Dat is hun manier van leren. De taalontwikkeling bij jongens loopt ook wat achter ten opzicht van meisjes. Daardoor kunnen ze minder goed over gevoelens praten. Jongens hebben meer sturing nodig dan meisjes. Meer regie binnen hun vrijheden.

DOOR FEMINISERING VAN HET ONDERWIJS BLIJVEN JONGENSONDERWERPEN ACHTER

Dat inzicht moet een belangrijk gegeven zijn in de manier waarop we lesgeven en leren. Door de feminisering van het onderwijs kan het voorkomen dat de typische jongensaanpak en de typische jongensonderwerpen achterblijven. Veel kinderen verlaten de basisschool zonder ooit een mannelijke leraar gezien te hebben. Dat is jammer. Niet alleen voor de jongens, ook voor de meisjes.  Ook meisjes kunnen groeien in typisch jongensgedrag: experimenteren, ondernemen, nieuwsgierigheid, durven.

In het voetbal is regie op de speelwijze. Daarom ontstaat ruimte voor Messi om zijn dribbel optimaal te gebruiken. Daardoor ontstaat een schietkans voor Ronaldo. Daar kunnen we van leren in het onderwijs. Het zijn niet de competenties die ter discussie staan. Integendeel. 

Het kan geen discussie zijn dat kinderen moeten leren te communiceren, kritisch leren denken, leervermogen verwerven, creatieve oplossingen te vinden en kunnen samenwerken. Het zijn vaardigheden die we in onze moderne samenleving moeten beheersen. Uiteraard niet uitsluitend. Kennis blijft de basis. Dat staat buiten kijf, maar er zijn meer oplossingen voor een vraagstuk, er zijn meer vragen dan antwoorden. De nieuwsgierigheid prikkelen, verwondering oproepen, uitdagingen neerzetten, eisen stellen. Kinderen vaardigheden leren die de moderne samenleving van het vraagt en verwacht, maar wel door rekening te houden met de verschillen tussen de kinderen. Een goede coach zijn! Steun geven, motiveren, inspireren, uitdagen, routes aandragen, consequenties laten zien van gedrag. En daardoor zorgen dat alles wat er in de kinderen zit er ook wordt uitgehaald.

Kinderen laten groeien naar volwassenheid is moeilijk, maar o zo mooi!

Zet m op!

 

Jan van Wonderen