Het is begin januari. De laatste weken  genoeg tijd voor reflectie. De studiekeuze van mijn jongste dochter is een actueel onderwerp. Ze doet dit jaar eindexamen vwo en voor studies met een decentrale selectie moet zij zich al voor 15 januari inschrijven. Haar talenten richten zich op de bètavakken; haar interesses liggen bij geneeskunde, biologie en techniek. Maar hoe wreed; al haar keuzen staan op de lijst van lotingsstudies. Je mag je maar voor 1 studie inschrijven. Het wordt een alles-of-niets traject. Uitloten betekent een loopbaan in een sector waar ze niet in geïnteresseerd is of geen talent voor heeft. Mijmerend over talent en interesses kwamen een paar herinneringen boven die ik graag met u wil delen. 

Ik dacht aan de tijd dat ik lesgaf op een basisschool in Purmerend. Ik weet nog dat ik erg schrok van het inzicht dat de groep kinderen die bij ons op de kleuterschool binnen kwam, onze school met min of meer dezelfde relatieve verschillen onderling weer verliet. Het was een heftige conclusie, dat we die verschillen na acht jaar lief en leed gedeeld te hebben niet hadden weten te veranderen.

Op mijn vraag of zij een uitzonderlijk talent was, kwam geen antwoord..

Ik dacht aan mijn dochter Yanlan, die nu al weer bijna een jaar in Australië woont. Yanlan is een blij meisje dat altijd lachte en danste. Toen ze vijf jaar was mocht ze naar de dansopleiding van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Net op tijd realiseerde ik mij dat zij dan bij pleegouders zou moeten wonen en dat was niet helemaal de bedoeling van ons lief adoptiekind. Ze danste later bij de dansopleiding van Fontys in Tilburg. Moeilijk werd het toen er een keuze voor een vervolgopleiding gekozen moest worden. Ik twijfelde. Kon ze er later een leven op bouwen? Hoe goed was ze eigenlijk? Vrienden adviseerden het meisje haar hart te laten volgen. Ik twijfelde. De dansopleiding bleek met stip op de laatste plek te staan van de lijst met beroepsperspectief. Op mijn vraag of zij een uitzonderlijk talent was, kwam geen antwoord.

Ik dacht terug aan acht jaar geleden toen we met Kerst een weekje vakantie namen van ziek zijn. Even geen zorgen. Even niet hoeven nadenken over de toekomst. Carla, mijn vrouw, was ernstig ziek en we hadden vele gesprekken in het ziekenhuis met allerlei specialisten. ‘Als u nu even stopt met vragen stellen, dan kan ik mijn verhaal doen’, beet de oncoloog ons toe, ondertussen op zijn horloge kijkend.

En kinderen die dit jaar de arbeidsmarkt betreden moeten blijven werken tot minimaal 2083. Hoe de wereld er dan uitziet? Wie het weet mag het zeggen.

U vraagt zich misschien af wat deze overwegingen met u van doen hebben? Ik zal het vertellen. Een dezer dagen zal de commissie Schnabel haar definitief advies uitbrengen over Onderwijs 2032. Het jaartal staat voor het jaar dat kinderen de arbeidsmarkt betreden die onlangs zijn begonnen op de basisschool. En kinderen die dit jaar de arbeidsmarkt betreden moeten blijven werken tot minimaal 2083. Hoe de wereld er dan uitziet? Wie het weet mag het zeggen. Zeker is dat de wereld snel verandert en dat het onderwijs daarbij achter blijft. Vandaar dat de commissie aanbevelingen doet voor een andere invulling van het  onderwijs in de snel veranderende wereld. Het advies is samen te vatten onder de noemer ‘’leervermogen ontwikkelen’’ en ‘’focus op persoonlijke ontwikkeling’’. De school moet een oefenplaats worden om je kwaliteiten te ontwikkelen, te ontdekken wie je bent en wat je belangrijk vindt. Dit betekent voor de commissie dat er naast cognitieve kennis ruimte moet komen voor een brede algemene ontwikkeling en persoonlijke talentontwikkeling. Zij pleit voor het beperken van de focus op cognitieve invulling van de school en meer ruimte voor essentiële kennis van de wereld.

Floor, de vriendin van mijn oudste dochter, was een geweldig danseres. Hoe goed was ze? Heel erg goed. Dat zag iedereen. Toch mocht Floor de opleiding niet doen. De reden?  Floor was niet goed in rekenen en taal en daardoor zou zij de beroepsopleiding niet kunnen halen. De focus op het hoofd veroorzaakte hier dat een kind haar hart niet kon volgen, dat een kind datgene wat zij uitmuntend kon, niet mocht doen.

Een oncoloog die helemaal in zijn hoofd zit, dus niet de emoties voelt van de patiënt of daar niet mee kan omgaan is geen goede oncoloog. Onderwijs dat zich alleen focust op de ontwikkeling van het hoofd is geen goed onderwijs.

Er is een grote behoefte bij scholen aan een vrijer curriculum

U begrijpt dat ik blij ben met het advies van de commissie. Een heldere, maar ook sterke afbakening van kennis en vaardigheden. Minder aandacht voor vakken, meer leren vanuit vraagstukken. Over duurzaamheid, klimaat, gezondheid, armoede, democratie. Samenhang wordt belangrijk. Kinderen leren het verband te leggen tussen wat ze leren op school en wat er gebeurt in de wereld om hen heen. Ook voor ons met FAQTA lag hier de uitdaging: hoe breng je de wereld naar de kinderen op een begrijpelijke en leerzame manier? Tijdens de vele pilots bij basisscholen ondervonden wij ook een grote behoefte bij leerkrachten aan een ‘vrijer curriculum’; de behoefte om eigen keuzen te kunnen maken, meer tijd voor verdieping en verbreding en meer eigen kleur te kunnen geven aan de lessen.

Die grotere vrije ruimte voor scholen en leerkrachten voor verdieping en verbreding is ook onderdeel van het advies. Naast taal en rekenen, meer ruimte voor maatschappelijke sociale vaardigheden, voor essentiële kennis over de wereld, voor kunst en cultuur. Scholen krijgen het eigenaarschap terug over datgene wat zij belangrijk vinden om te onderwijzen. En kinderen krijgen het eigenaarschap terug op persoonlijke interesses en verdieping op onderwerpen waar zij meer van willen weten.

Ik hoop ook dat dit advies een opmaat is naar een andere weg om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. De weg die nu is ingeslagen naar beperking van het aantal studenten door nog een zwaardere selectie, nog meer toetsen, beperken van het aantal inschrijvingen op universiteiten en hoge scholen, staat haaks op de taak van de overheid om te zorgen voor de best mogelijke opleiding van haar kinderen.

Niet alleen aandacht voor wat je kunt meten, maar ook aandacht voor wat je kunt merken!

Ik hoop ook dat de beperkte invloed van de basisschool op de output van de school door dit advies zal veranderen. Niet ieders talent ligt bij de cognitieve vakken. Het is niet zo moeilijk om te voorspellen dat een slimme kleuter aan het einde van de basisschool nog steeds erg slim is. Met meer aandacht voor creativiteit, voor motorische vaardigheden, voor kennis over mens en cultuur zal er meer ruimte komen voor kinderen om hun hart te volgen en te excelleren,  ook in andere vakken dan taal en rekenen. Belangrijk daarbij is ook waardering voor die kwaliteiten. Dus, om met de commissie te spreken, niet alleen aandacht voor wat je kunt meten, maar ook aandacht voor wat je kunt merken! Dat maakt ook de weg vrij om de school te zien als een oefenplaats voor het echte leven in plaats van een selectiemiddel voor allocatie. Je hoeft niet bang te zijn voor het rode potlood. Je mag oefenen, experimenteren, uitzoeken, proberen, doen. Leren met je hoofd. Leren met je hart. Leren met je handen. Alles is mogelijk!

Ik wens u een talentrijk 2016!

Zet ‘m op!

Jan