Wat is onderzoekend leren?
Je leerlingen een eigen onderzoek laten doen klinkt mooi. Maar wanneer laat je ze los en wanneer houd je ze bij je? Bij onderzoekend leren gaan leerlingen zelf op zoek naar een antwoord op een vraag. Dat doen ze in een aantal stappen. Zo verzamelen ze onder andere informatie, trekken ze een conclusie en laten ze zien wat ze hebben ontdekt. Jij bepaalt de kaders: het onderwerp, de vorm en hoeveel vrijheid ze krijgen.
SLO omschrijft onderzoekend leren als een manier van leren waarbij houding, vaardigheden, denkwijzen en kennis zich in samenhang ontwikkelen. Onderzoeken is daarbij breder dan een proefje bij natuur en techniek. Bij aardrijkskunde bestuderen leerlingen bijvoorbeeld kaarten. Bij geschiedenis zoeken ze naar betrouwbare bronnen.
Op deze pagina lees je wat onderzoekend leren is en hoe jouw begeleiding kan bijdragen aan de effectiviteit. Welke vaardigheden leren je leerlingen daarbij? En hoe begeleid je ze zonder het voor te zeggen?
Waarom is onderzoekend leren effectief?
Bij onderzoekend leren maakt jouw begeleiding het verschil. Uit een meta-analyse van 72 studies (Lazonder & Harmsen, 2016) blijkt dat onderzoekend leren effectiever kan zijn dan uitleggend onderwijs, mits leerlingen genoeg ondersteuning krijgen. Leerlingen helemaal vrijlaten is dus niet het doel. Met duidelijke kaders, goede vragen en hulp op het juiste moment help je ze een onderzoek tot een goed einde te brengen.
Wat het je leerlingen oplevert:
- Ze bouwen kennis op en oefenen tegelijk vaardigheden zoals waarnemen, bronnen gebruiken en conclusies trekken.
- Ze werken binnen jouw kaders aan een vraag die ze zelf interessant vinden.
- Ze leren terugkijken op hun eigen leerproces.
Onderzoeken heeft ook een vaste plek in de nieuwe kerndoelen. Bij mens en maatschappij onderzoekt de leerling "vraagstukken over mens en samenleving" (kerndoel 25). Bij mens en natuur passen leerlingen onder meer onderzoeks- en ontwerpstappen systematisch toe (kerndoel 29).
Welke stappen doorlopen leerlingen bij onderzoekend leren?
SLO beschrijft onderzoekend leren als een cyclus van zeven stappen:
- Confronteren met object, verschijnsel of situatie
- Verkennen en vragen formuleren
- Onderzoek opzetten en bronnen, materialen en instrumenten verzamelen
- Onderzoek uitvoeren en resultaten verwerken
- Conclusie(s) trekken en verslag leggen
- Onderzoek presenteren
- Verdiepen en verbreden
Wat je leerlingen per stap leren, lees je op de pagina over onderzoeksvaardigheden.
Eerst kennis, dan een eigen onderzoeksvraag
Een goede onderzoeksvraag stellen lukt pas als je iets van een onderwerp weet. Daarom start je een onderzoek meestal pas als je de kennis van een thema met je klas hebt opgebouwd. Werk je thematisch, dan sluit een onderzoek mooi aan op het thema dat jullie samen al hebben verkend. Lees meer in Thematisch werken is meer dan werken met een thema.
Kennis en onderzoek gaan zo hand in hand. Leerlingen gebruiken wat ze weten om een vraag te bedenken en verdiepen met hun onderzoek hun kennis verder.
In de klas bij Linda
Op KC De Telescoop in Voorburg is het onderwijs ingericht op onderzoekend en ontwerpend leren. Linda van Overveld behandelt met haar groep 8 eerst ongeveer twee weken de theorie van een thema. Daarna gaan de leerlingen zelf op onderzoek uit, bijvoorbeeld naar de verschillen en overeenkomsten tussen een beroep in Nederland en in het buitenland. Ze maken daar een infographic over. Tegelijk ziet Linda dat er soms weinig blijft hangen van eerdere lessen. Daarom laat ze haar leerlingen steeds vaker leerstrategieën gebruiken zoals zelf ezelsbruggetjes bedenken en mindmaps maken. Want ook bij onderzoekend leren wil ze haar leerlingen kennis meegeven. Vaardigheden blijven voor haar wel het belangrijkst: "Het gaat ons om het leren leren."
Wat is jouw rol bij onderzoekend leren?
Bij onderzoekend leren begeleid je je leerlingen bij hun eigen onderzoek. Je stelt kaders, zodat leerlingen weten waar ze aan toe zijn. Binnen die kaders bied je keuzes: welk onderwerp, alleen of samen, welke presentatievorm. Loopt een leerling vast, dan help je met een vraag in plaats van met het antwoord.
Zo leveren je kaders en vragen iets op:
- Leerlingen weten wat er van ze verwacht wordt, ook als ze zelfstandig werken.
- Het denkwerk blijft bij de leerling.
Hoeveel begeleiding je geeft, verschilt per groep. Jonge leerlingen hebben meer sturing nodig dan oudere, maar je hoeft ze niet helemaal bij de hand te nemen. Ook zij hebben baat bij aanwijzingen waar ze eerst zelf over nadenken. Oudere leerlingen laat je op hun beurt niet helemaal los: een korte uitleg is ook voor hen geen verspilde moeite.
Uit het onderzoek naar ondersteuning bij onderzoekend leren komen nog een paar praktische adviezen:
- Geef ondersteuning bij een kort onderzoek binnen één les en bij een groter project.
- Geef leerlingen de ruimte. Je hoeft niet tot in detail uit te leggen hoe ze te werk moeten gaan. Minder specifieke aanwijzingen werken vaak even goed.
- Wordt het eindproduct beoordeeld? Geef dan juist specifieke en concrete aanwijzingen.
Hoe geef je onderzoekend leren een plek in je les?
Een onderzoek kun je zo uitgebreid of zo compact maken als je wilt. Het past goed als afsluiting van een thema, maar kan ook al tijdens het thema lopen, zodra leerlingen genoeg weten om een goede vraag te stellen. Misschien denk je bij een eigen onderzoek in eerste instantie aan een project voor de plusklas of aan extra uitdaging voor leerlingen die meer aankunnen. Maar een onderzoek is zinvol voor al je leerlingen. Je kunt het bijvoorbeeld ook opnemen in de weektaak.
Leerlingen onderzoeken wat ze zelf willen leren
Het onderzoek kan ook gaan over wat leerlingen aan het begin van het thema zelf wilden leren. David van Dijk, leerkracht van groep 8 op OBS De Windwijzer in Almere, start ieder thema met nieuwsgierigheidsvragen. Leerlingen bedenken daarin wat ze zelf willen leren. Een antwoord vinden ze tijdens de lessen of via een eigen onderzoek. Helemaal zelf zo'n vraag bedenken is vaak nog lastig. Daarom haalt David eerst wat voorkennis op en geeft hij in de les een voorzetje. "Het ideale beeld is dat de leerlingen aan het eind van het thema terugkijken: heb ik geleerd wat ik wilde weten?"
Ook een thema afsluiten met een onderzoek in plaats van een toets is een mogelijkheid. Leerlingen bedenken dan hun onderzoeksvraag zodra ze de eerste kennis hebben opgedaan, werken de weken daarna aan hun onderzoek en presenteren hun bevindingen in de afsluitende week. Zo laten ze in hun eigen woorden zien wat ze hebben geleerd. Op De Windwijzer heeft het team er ook bewust voor gekozen om een thema niet af te sluiten met een toets. "In een eindwerkstuk kun je ook zien wat de leerlingen hebben opgestoken van het thema", zegt David.
Verder lezen over onderzoekend leren
Onze artikelen

PISA 2025: Het leesprobleem is groter dan de school, en dat is ook een opluchting

Onderzoek: Hoe motiveer je leerlingen voor abstracte lesstof?


