Hoe verwerk je literatuuronderwijs in je lesprogramma?

Vaste tijd voor voorlezen en zelf lezen

Structureel werken aan literatuuronderwijs begint bij vaste momenten in de week: een moment om voor te lezen, een dagelijks leesmoment waarin leerlingen in hun eigen boek lezen, en tijd om samen over lezen te praten. Op deze pagina vind je ideeën om die momenten in te plannen en in te richten.

Een eigen plek in het rooster voor voorlezen en zelf lezen geeft leerlingen houvast. Ze weten wanneer ze lezen en hoe dat moment verloopt. Met LIST (Leesinterventie voor Scholen met een Totaalaanpak) breng je zo rust en duidelijkheid in het leesmoment. Ook de nieuwe kerndoelen vragen erom: volgens kerndoel 1A zorgt de school voor “een veelzijdig en actueel aanbod van jeugdliteratuur binnen een vaste leesroutine”.

De opbouw van het leesmoment

Voor de opbouw van het leesmoment kun je inspiratie halen uit de LIST-aanpak. Daarin verloopt elk leesmoment in drie stappen.

Gezamenlijk starten

Je leest een fragment voor uit een boek, doet een boekpromotie of stelt een leesvraag die leerlingen straks op hun eigen boek toepassen. Bijvoorbeeld: wat vindt jouw hoofdpersoon belangrijk? En hoe zit dat voor de andere personages? Soms geef je hier een korte miniles over goed voorlezen, intonatie of een literair kenmerk.

Lezen

Leerlingen lezen in een zelfgekozen boek, met een reserveboek op tafel. In die tijd doen ze niets anders: geen boekverslag, geen nieuw boek uitzoeken. Leerlingen die nog niet vloeiend lezen, lezen hardop. Jij loopt rond, luistert mee en voert korte leesgesprekken.

Gezamenlijk afsluiten

Je blikt samen terug op de leesvraag, of je praat kort na over wat leerlingen gelezen hebben. Het gaat om een enthousiast gesprek over boeken. Wat een leerling precies gelezen heeft, hoef je hier niet te controleren.

Hoe je LIST schoolbreed invoert, hoe lang elke stap per groep duurt en hoe je lezers ondersteunt die stagneren, lees je op de pagina over LIST.

In de klas bij juf Anita

Anita geeft les aan groep 7/8 van Het Creiler Woud in Kreileroord. Bij haar staat lezen elke dag op het programma: "We lezen sowieso vijf keer per week." Om het afwisselend en leuk te houden, gooit de klas eens per week met de leesdobbelsteen: "Bij drie gaan we bijvoorbeeld lekker buiten lezen. Wordt er vier gegooid, dan mag iedereen een fijn plekje om te lezen zoeken in de school."

Hulp bij de boekkeuze

Een leerling die plezier heeft in lezen, leest meer en beter. Daarom kiezen leerlingen zelf hun boeken, uit boeken die aansluiten bij hun interesse. Het AVI-niveau is daarbij een hulpmiddel, maar niet bepalend. Een goed gekozen boek sluit aan bij de belevingswereld van de leerling en biedt net genoeg uitdaging om te blijven boeien. Strips en makkelijkere boeken zijn prima voor de afwisseling.

Jij helpt daarbij als boekenkenner. Bij de start van het leesmoment laat je zien hoe jij een boek kiest, je bespreekt boeken en je helpt leerlingen die het lastig vinden om te kiezen. Dat lukt makkelijker als je zelf af en toe een kinderboek leest en je klassenbibliotheek actueel is. En is er buiten het leesmoment nog een moment van vrij lezen, dan kun je zelf meelezen en zo het goede voorbeeld geven.

Praten over boeken

Met een boekgesprek help je leerlingen ontdekken wat ze van een verhaal vinden. Je kunt zo'n gesprek beginnen met een paar open vragen. Wat is je opgevallen in dit verhaal? Wat vond je mooi, en wat juist niet? Wat vond je moeilijk of onduidelijk? Zag je een patroon of bepaalde verbanden? Alle antwoorden zijn goed. Het helpt als leerlingen bij een detail uit het boek kunnen beginnen.

Zo'n gesprek kun je klassikaal voeren na het voorlezen, maar ook met een individuele leerling. Tijdens het leesmoment ga je bij een leerling zitten en vraag je naar het boek dat op tafel ligt. Waar ben je in het verhaal? Is het wat je ervan verwachtte? Je laat een stukje voorlezen en hoort meteen hoe het lezen gaat. Met een paar leerlingen per leesmoment heb je binnen een maand iedereen gesproken.

Laat leerlingen genres en kenmerken ontdekken

Aan het inzicht in literatuur uit de kerndoelen kun je werken tijdens momenten die al op je rooster staan. Bij het voorlezen vraag je bijvoorbeeld wie het verhaal vertelt, of wat de schrijver doet om je nieuwsgierig te maken naar het volgende hoofdstuk. Een gedicht lees je hardop, zodat leerlingen horen hoe het klinkt. Leg eens een strip, een informatief boek en een verhalenbundel naast elkaar: welke verschillen zien leerlingen? En in hun eigen leestijd komen ze verschillende genres tegen, zodat ze ontdekken wat bij hen past.

Zichtzending_Doos_Mockup-1-1

Gratis zichtzending: literatuuronderwijs in Faqta Nederlands

In Faqta Nederlands, onze methode voor taal en lezen, staat al veel klaar voor het voorlezen, het dagelijkse leesmoment en het praten over boeken:

De LIST-aanpak is geïntegreerd in Faqta Nederlands: in elk thema van groep 4 tot en met 8 is het dagelijkse leesmoment volgens LIST uitgewerkt.
Je start het leesmoment met een voorleesfragment, een boekpromotie of een korte instructie en een leesvraag. Daarna lezen de leerlingen in hun eigen boek. Je sluit gezamenlijk weer af.
Een boekenlijst met 25 titels bij elk thema. Daarin staat voor welke groep lezers een boek geschikt is en welke boeken zich lenen om voor te lezen.

Onze artikelen

PISA 2025: Het leesprobleem is groter dan de school, en dat is ook een opluchting

PISA 2025: Het leesprobleem is groter dan de school, en dat is ook een opluchting

07 oktober 2026 4 min.
Onderzoek: Hoe motiveer je leerlingen voor abstracte lesstof?

Onderzoek: Hoe motiveer je leerlingen voor abstracte lesstof?

28 september 2026 4 min.
Nieuwe lesmethode kiezen zonder dat het een loos compromis wordt

Nieuwe lesmethode kiezen zonder dat het een loos compromis wordt

28 september 2026 3 min.